De ontstaansgeschiedenis van de collectie

De Bladmuziekcollectie van de Openbare Omroep (BOO) is uniek in België.  Het is een van de belangrijkste collecties met Belgische muziek van de 20e eeuw in ons land.  Niet zozeer door haar grote omvang van meer dan 1,1 strekkende km, maar vooral door haar directe band met de diverse omroep-ensembles uit het verleden.  BOO is een stille getuige van de impact die de omroep had op het culturele muzikale leven in België.

BOO bevat ca. 75.000 fysieke items (partituren en bijhorende partijen).  De collectie heeft zich organisch ontwikkeld vanuit de opdracht en de werking van de Belgische openbare omroep, zowel door aankopen als schenkingen.

Al van bij de oprichting van de openbare omroep, het ‘Nationaal Instituut voor Radio-Omroep’ of ‘Institut national de Radiofusion’ (NIR/INR), nam muziek een bijzondere plaats in bij de radio al waren er in de pioniersjaren van de radio nauwelijks opnames voorhanden.  De zendtijd werd ingevuld met producties die in de opnamestudio’s gemaakt en rechtstreeks uitgezonden werden.  De collectievorming gebeurde dus nagenoeg volledig in functie van de programmatie van de uitzendingen. Dat weerspiegelt zich in de aanwezige genres: orkestrepertoire, jazz, ‘casino’-muziek, koorwerken, oratoria, opera’s, liederen, instrumentaal solo-repertoire en kamermuziek.  Naast de producties van al beschikbaar repertoire dat door de eigen ensembles uitgevoerd werd, werd ook muziek in opdracht geschreven.  Het uitvoeren van hedendaagse muziek gold immers vrij lang als een belangrijke, ‘volksverheffende’ taak van de openbare omroep.  Dit verklaart de aanwezigheid van de vele unieke partituren in handschrift.

Door de toenemende mogelijkheden van kopieertechnieken nam het aantal unica vanaf de jaren 1950 substantieel af.  Specifiek voor de omroep geschreven, en in grote mate alleen daar bewaard, zijn de radio- en tv-tunes en de 238 overgeleverde luisterspelen. Veelal uniek, en nog te weinig bekend, zijn de ca. 16 000 partituren die geschreven zijn voor de big band-orkesten en jazz-ensembles. Dit materiaal is onontbeerlijk voor de verdere exploratie van de jazzgeschiedenis. Omdat BOO een praktijkgerichte verzameling is, zijn de meeste werken ook uitgevoerd.